Lijstjestijd: interview Martijn Maria Smits (regisseur Waldstille)

Martijn Maria Smits
© Martijn Maria Smits

Zoals ieder jaar presenteren wij ons eindejaarslijstje op 31 december. Zo ook dit jaar. Vooruitlopend op die lijst kunnen wij al verklappen dat de Nederlandse dramafilm Waldstille, geregisseerd door Martijn Maria Smits (37), in ieder geval een plek in die lijst krijgt. Wij namen contact op met Martijn om hem dit nieuws mede te delen. Tegelijkertijd namen wij hem een aantal vragen af over Waldstille en zijn werk in het algemeen, maar waren we ook benieuwd naar zijn favoriete films van 2017. Benieuwd naar het interview?

Wij vonden Waldstille één van de betere films van het afgelopen jaar. In ieder geval de beste Nederlandse film. Hoe ben je op het idee gekomen deze film te maken?

Het was in de tijd van de economische crisis en de bezuinigingen op cultuur die daaruit voortvloeide. Tevens was een filmplan van me net afgewezen en vragen werden opgeroepen of de Nederlandse cinema niet wat publieksvriendelijker moest worden. Daarnaast voelde ik me een buitenstaander binnen de Nederlandse filmindustrie, het is hier moeilijk om gelijk gedreven regisseurs te vinden die dezelfde soort films voor ogen hebben als jijzelf. Je kan ze op één hand tellen en allen voelen zich haast ongewenst. Het zijn makers met projecten die moeilijk in synopsissen zijn te omvatten. Daarbij komt kijken dat je als filmmaker niet alleen goed moet zijn in het regisseurs vak, maar je ook de kwaliteiten moet bezitten om jezelf als wel je project te kunnen verkopen. Dit is niet voor iedereen weggelegd.

Tevens kom ik uit een klein dorp in Brabant zonder enige culturele achtergrond. Het voelt daardoor soms alsof ik extra hard moet strijden, de angst dragend om mijn positie als regisseur hier in de grote stad ooit te verliezen. In datzelfde dorp zag men mij vroeger ook altijd als enfant terrible. Ik hield van kattenkwaad, wat er uiteindelijk toe leidde dat haast geen enkele ouder meer wilde dat hun zoon of dochter met mij omging. Met al die gevoelens wilde ik iets gaan doen, een soort protest. Een jongeman die zich verzet tegen de gemeenschap en er niet mee instemt om weg te gaan.

Je films hebben allemaal wel een soortgelijk thema. Vrolijk zijn ze in ieder geval niet te noemen. Wij kunnen dat wel waarderen, daar waar het gros van de Nederlandse films meestal voorspelbare romantische komedies zijn. Iedereen zijn eigen smaak natuurlijk, maar hoe kijk jij tegen de huidige Nederlandse filmindustrie aan?

Iedereen wilt hier iets anders en iedereen weet het beter, waarbij ze vaak enkel vergelijkingen maken met reeds gemaakte films in het buitenland. Wat men daar vaak bij vergeet is dat je geen andere filmmakers kunt kopiëren. Lars von Trier of de gebroeders Coen of Haneke zijn makers die iets hebben gecreëerd vanuit hun hart. De films zijn hun eigen. In Nederland doet voor mij enkel Alex van Warmeredam dat. Wat je ook van zijn films vindt, je kan niet ontkennen dat hij geen eigen stijl heeft. In Nederland word misschien soms vergeten hoe belangrijk dat is, om persoonlijk te zijn. Waarbij ik niet zozeer de inhoud bedoel, maar meer hoe je tegen de wereld als maker aankijkt en dat vervolgens verbeeldt. Om iets aan de wereld te willen vertellen, moet je ook iets echt op je kerf hebben.

Er is niets mis met een romantische komedie, er is pas iets mis wanneer jouw romantische komedie zich niet voldoende afscheidt met de rest. Als kunstenaar – als ik zo vrij mag zijn een filmmaker zo te noemen – moet je niet alleen jezelf kwetsbaar op durven te stellen en kunnen reageren op de leefbare wereld om je heen, maar moet je ook iets toe kunnen voegen aan het medium, zodat het je onderscheidt. Wat dat betreft heb je altijd een constante dialoog met andere makers en blijf je de taal verder onderzoeken. Er is dan ook niets persoonlijkers dan je eigen film te vertonen. Een publiek denkt misschien gewoon een film te zien, maar eigenlijk kijken ze letterlijk naar je naakte ‘ik’ en al het vuil van verleden dat daarbij komt kijken.

Ook zijn de acteurs en actrices in jouw films vaak niet zo bekend bij het grotere Nederlandse publiek. Kies je bewust niet voor de bekendere acteurs en actrices?

Ik wil met acteurs zijn die vreselijk goed zijn in hun vak en tevens in hun gelaten bijzonder genoeg zijn om er 90 minuten naar te gaan kijken. Ik zelf zou me er niet druk om maken of iemand meer bekend is of niet. Er is namelijk geen hond die ze kent in het buitenland. Wat voor mij belangrijk is, is de werksfeer. Ik zou niet met een acteur kunnen werken als ik er ook niet een avond mee in de kroeg zou kunnen hangen. De cast bepaalt uiteindelijk minstens voor 75 procent hoe goed je film wordt. Casting is alles.

Er zijn verschrikkelijk veel acteurs waarmee ik graag zou willen werken, maar zo makkelijk werkt het niet. Je hebt een personage gecreëerd op papier en daar past maar één kop bij, met één taal die zij of hij spreekt. Dat is je zoektocht. Daarnaast past het hele professionele denkbeeld van hoe je een film maakt niet bij mijn denkwijze. Ik ben geheel onzeker. Zo kan ik tien pagina’s dialoog hebben en alles de eerste vijftien takes met losse camera draaien om vervolgens alles om te slaan en te kiezen voor één vast kader waarbij ik meer dan de helft van het dialoog wegschrap. Als acteur moet je daar tegen kunnen en met me mee willen gaan.

Op vragen als ‘Maar waarom dan?’ heb ik op dat moment geen behoefte aan,  als wel een antwoord. Ik werk vrij instinctief. Dat gebeurt op papier, daarna op de set en uiteindelijk in de montage. ´Kill your darlings´ wordt het ook wel genoemd. Dat geldt voor acteurs, voor cadrages, dialoog en scene ontwikkelingen.

Je films zijn vaak maatschappijkritisch. Wil je iets losmaken bij je kijkers? Ze verder laten nadenken over datgene wat ze hebben gezien?

Ik vind dat een moeilijke vraag. Ik probeer het publiek een film uit te laten gaan met een ontevreden gevoel, waarmee ik wil zeggen dat de film niet afgelopen moet zijn. Mijn karakters bieden een mogelijke uitkomst, maar ze moeten zelf het leven kunnen reflecteren en daarop inspelen. Ik maak het ze niet makkelijker dan het is. Ik bied ze een kans van hoop, maar meer niet. Het is aan hen en dus de kijker om te bepalen hoe het afloopt. Je stapt iemand zijn leven in en je stapt er ook weer uit.

Het is belangrijk dat je karakters door blijven leven en daardoor als echte mensen gaan aanvoelen zodat we ons zelf erin kunnen afspiegelen. Gaat Ben in Waldstille terug naar het dorp? Heeft de gemeenschap hem vergeven? Ziet hij zijn dochter ooit weer en hoe gaat dat dan gebeuren? Wat zou hij gaan doen? Wat zou jij doen? De moeilijkheid van de vraag ligt hem of ze maatschappijkritisch zijn. Daarom vind ik het moeilijk om te antwoorden. Ik hoop dat ze persoonlijk aanvoelen en daardoor vertellen over mij, wie ik ben. Daardoor voelen ze mogelijk ook maatschappijkritisch en ik tevens een onderdeel van die maatschappij ben, waarover ik inderdaad een mening heb.

Maar het is niet in eerste instantie mijn bedoeling om de wereld te verbeteren. Al hoop ik altijd wel dat men na mijn films een stukje liever voor elkaar wordt, al was dat maar voor één avond. Maar als ik de wereld wilde verbeteren was ik wel voor Unicef of Greenpeace gaan werken en ketende ik me vanavond aan de hekken van Shell vast, of kookte ik elke avond voor 20 vluchtelingen in mijn huis.

Je filmlocaties dan. Vaak spelen jouw films zich af in het zuiden van het land, of zelfs in België. Is daar bewust voor gekozen vanwege je Bredase roots?

Ik heb gestudeerd in België rond mijn twintigste. Het is een land naar mijn hart, ik hou daar misschien iets meer van de mensen dan in Nederland. Het landschap is ook wat ruiger, ik voel me er thuis. Ik draai ook liever niet in de buurt van Amsterdam omdat dit voor de productie betekent dat heel de crew en de cast ook op hotel gaat. Het is te ver weg om na een draaidag terug naar huis te kunnen. Op die manier probeer ik ze te kidnappen en dwing ik ze om in het leven van de personages te blijven rond het landschap waar de film zich afspeelt.

Op de filmacademie maakte ik mijn eindexamenfilm in Duitsland. We sliepen daar met crew en cast in hetzelfde huis, aten uit dezelfde pot, bespraken de film ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds. Privélevens deden er niet toe. Op dat moment had je gewoon even geen familie, vriend of vriendin. Je had enkel je kameraden waarmee je kunst maakte. Het is een verschrikkelijk romantisch beeld. Helaas keert iedereen nu in het weekend terug naar huis, maar in ieder geval weet ik ze steeds voor enkele dagen te ontvoeren uit hun privébeslommeringen. Ik probeer enkel de film in het oog te houden, als wel de groeiende relaties onder de crew en castleden. Waldstille draaide we in mijn geboortedorp, dat ik natuurlijk op mijn vingers ken. Naast je acteurs staan je locaties op de tweede plaats van belangrijke elementen die je uiteindelijke film bepaalt.

Bij ons valt op dat je geen standaard regisseur bent. Je onderscheidt je. In eerste instantie door het thema in je films, maar ook in het camerawerk. Scherptediepte speelt een rol, maar ook camerastandpunten. Hoe bepaal je vooraf welke scène je op een bepaalde manier gaat verfilmen?

Tegenwoordig maak ik voor elke scène een uitgebreide decoupage, iets wat ik vroeger nooit deed. Vroeger was ook bijna alles handheld. Dat vind ik nu te gemakkelijk en dus ben ik naar het statief gaan grijpen. Als ik een film kijk, maak ik van elk cadrage wat me aanspreekt een still. Zo heb ik duizenden stils op mijn computer. Na het schrijven van het scenario zit ik met de cameraman en bepalen we de decoupage. Waar komt de camera te staan? Hoe wijdt? Hoe close? Vervolgens ga ik dan vaak door mijn verzameling stils heen. Wat betekent weid? Wat betekend close?

Om te verduidelijken hoe ruim ik hier te werk ga; voor Waldstille heb ik een shot uit Star Wars gebruikt waarbij ik dacht, dit gaat ook voor mijn scène werken. Iemands anders werk kan je vaak op een nieuw idee brengen. Het uiteindelijke shot pas je dan uiteindelijk naar je verlangens aan op de set. Maar op deze manier kan je van te voren aan iedereen tonen waar of wat de focus gaat zijn, voor zowel de gehele art departement, geluid en beeld. Maar zoals ik al eerder zei, niets staat echt ooit vast en soms kan ik alles zo overboord donderen als een scène me niet bevalt.

Wat brengt 2018 voor jou? Heb je nog een project op de planning staan?

Op dit moment woon ik in Sicilië, waar ik een huis heb gehuurd om te schrijven aan een nieuwe film. Ik zou er iets over kunnen vertellen, maar mezelf kennende vliegt het toch nog alle kanten op. Het verhaalt in ieder geval over een meisje, een tiener, een moderne Jeanne D’arc die tegen iedereen lijkt te vechten, maar uiteindelijk voornamelijk met zich zelf oorlog voert.

In het verlengde van de vorige vraag, heb je nog grotere ambities in de filmwereld?

Makers als ik hebben maar één doel in het leven voordat ze rustig en ongemakkelijk kunnen sterven en dat is Cannes. Verder hoop ik altijd ooit met een groepje makers elkaars film te gaan produceren waarbij een soort huis wordt gecreëerd ten diensten van de cinema.

Heb je een favoriete regisseur of regisseuse? Zo iemand waar je alles van wilt zien? En leer je daar dan ook van?

Net zoals met muziek schommelt dat elk jaar. Natuurlijk blijven de oude rotten de bazen: Antonioni, Rossellini, Pasolini, Besson, Bergman, Olmi, Bertolucci, Pialat… Je ziet al snel dat ik iets meer naar het Italiaanse Neo-realisme neig. Ondanks dat Cassavetes mijn eeuwige held blijft, mede om de manier waarop hij films maakte. Lars von Trier blijft de baas onder de hedendaagse regisseurs, omdat hij als enige durft elke keer iets anders te maken. Natuurlijk zullen Ulrich Seidl en Haneke mijn eeuwige vrienden blijven.

Op dit moment zijn mijn nieuwe helden Jaime Rosales, Andrej Zvjagintsev, Cristi Puiu, Fien Troch, Michel Franco en Radu Jude. Allen hebben mij tot op heden nog nooit teleurgesteld.

Laatste vraag. Lijstjestijd komt er weer aan. Wat vond jij eigenlijk de beste film van dit jaar?

Ik moet nog veel films uit 2018 zien en noem er uiteindelijk twee. Good Time van de gebroeders Safdie en Loveless van Andrej Zvjagintsev.

Share

Eén gedachte over “Lijstjestijd: interview Martijn Maria Smits (regisseur Waldstille)”

  1. Leuk dat jullie Martijn hebben kunnen interviewen. Hij was met één van zijn actrices uit Waldstille ook bij een première in Amsterdam, die helaas slecht werd bezocht. De film pakte mij ook lang niet zo als jullie, maar stilistisch sluit dit wel aan bij het soort Nederlandse titel dat ik nog graag zie passeren.

Wil je reageren?

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.